Identiteit

Bij de oprichting in 1929 wilde het VCL een plek zijn voor mensen die eenzelfde opvatting deelden over de vorming van leerlingen. Hierbij stond een goede omgang met elkaar voorop. Dat is nog steeds de meest kenmerkende eigenschap van de school: leren je eigen verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen en zorg voor het gemeenschappelijke te dragen.

De wortel van het VCL ligt in het vrijzinnig-christelijk denken. 'Ik denk zelf' is het motto, onorthodox. Er zijn geen absolute waarheden. Ook je eigen waarheid moet je onder de loep durven nemen. VCL'ers moeten zich voortdurend afvragen of zij op het juiste spoor zitten. Die benadering van het leven is ook te zien bij de humanist Erasmus.

Het woord vrijzinnigheid mag niet verward worden met vrijblijvendheid; er zijn wel degelijk grenzen en regels. Toch is er ook ruimte voor initiatieven. In het grensgebied tussen vrijheid en norm speelt zich het dagelijks leven op de school af. In de geest van Tenhaeff, de eerste rector van het VCL, komt het eigenlijk hierop neer: te veel ordening maakt het spontane kapot, te veel verrassing leidt tot onrust. Voor een juiste balans tussen die twee zijn bewuste keuzes nodig.

Een ander bepalend aspect van het VCL is dat de school een vereniging is. Alle ouders zijn lid van deze vereniging; vijf ouders vormen het bestuur. De medewerkers, leerlingen én ouders maken samen de school!